Provinciale staten

De leden van de provinciale staten worden tegelijkertijd met de leden van de kiescolleges in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de verkiesbare leden van het algemeen bestuur van de waterschappen gekozen. Provinciale statenverkiezingen vinden eenmaal in de 4 jaar plaats. De laatste verkiezingen voor de provinciale staten werden op 18 maart 2015 gehouden. De volgende verkiezingen voor de provinciale staten vinden plaats op 20 maart 2019.

foto Statenvergadering Zuid-Holland

Het aantal leden van provinciale staten is afhankelijk van het aantal inwoners van de provincie en variëert van 39 tot 55 leden. Het aantal zetels wordt gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van de provinciale statenverkiezing.

Overzicht aantal zetels per provincie:

Provincie Drenthe 41
Provincie Flevoland 41
Provincie Fryslân 43
Provincie Gelderland 55
Provincie Groningen 43
Provincie Limburg 47
Provincie Noord-Brabant 55
Provincie Noord-Holland 55
Provincie Overijssel 47
Provincie Utrecht 49
Provincie Zeeland 39
Provincie Zuid-Holland 55

Provinciale staten in vogelvlucht

Nederland telt 12 provincies. De voornaamste taak van de provinciale staten is het controleren van het bestuur van de provincie zoals uitgevoerd door gedeputeerde staten. Het college van gedeputeerde staten is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de provincie. Dit college wordt voorgezeten door de commissaris van de Koning en bestaat verder uit minimaal 3, en maximaal 9 gedeputeerden. De commissaris van de Koning is voorzitter van de provinciale staten en van het college van gedeputeerde staten. De leden van gedeputeerde staten worden benoemd door provinciale staten. De commissaris van de Koning wordt benoemd door de regering, voor een periode van 6 jaar.

Kiezen leden Eerste Kamer

Een bijzondere bevoegdheid van de provinciale staten is het kiezen - samen met de kiescolleges in Bonaire, Sint Eustatius en Saba - van de leden van de Eerste Kamer. Dit gebeurt binnen 3 maanden na de verkiezingen voor de provinciale staten en de kiescolleges. Bij het kiezen van de leden van de Eerste Kamer heeft niet elk statenlid een even zware stem. Dat ligt ook niet voor de hand, want de provincies verschillen nogal in aantallen inwoners. Daarom is het gewicht van de stem, stemwaarde genoemd, afhankelijk van het inwonertal van de provincie. De inwoneraantallen voor het berekenen van de stemwaarden zijn die van 1 januari van het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt.