Verkiezingen

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

Stemmen

Om te kunnen stemmen bij verkiezingen, moeten kiezers voldoen aan een aantal eisen. Voor alle verkiezingen geldt dat kiesgerechtigden 18 jaar of ouder zijn en niet uitgesloten zijn van het kiesrecht.

(Beeldtitel: Stemmen. Mensen staan in een stembureau. Een man en vrouw legen een stembus. Een rood ingekleurd stemvakje. Een man:)

RUSTIGE MUZIEK

MANNENSTEM: Er zijn in ons land twee manieren om te stemmen.
Zelf in persoon in het stembureau van zijn keuze of bij volmacht.
Dat kan op verschillende manieren maar de meest gemakkelijke manier is door het invullen van de achterzijde door zowel de volmachtgever als door de gemachtigde.
Een gemachtigde mag in ons land maximaal twee volmachtstemmen uitbrengen en hij moet een volmachtstem tegelijkertijd met zijn eigen stem uitbrengen.
Daarnaast moet de gemachtigde ook nog een kopie van het identiteitsbewijs van de volmachtgever overhandigen aan de voorzitter van het stembureau.

(Beeldtekst: Procedures.)

Als de kiezer bij het stembureau komt dan overhandigt hij zijn stempas en zijn identiteitsbewijs aan de voorzitter van het stembureau.
Die controleert de identiteit van de kiezer.
Als dat in orde is, zal hij het nummer van de stempas voorlezen en een ander lid van het stembureau zal dan aan de hand van het register van ongeldige stempassen controleren of de stempas geldig is.
Is dat het geval, dan overhandigt de voorzitter hem een stembiljet waarmee de kiezer naar het stemhokje loopt, het stembiljet openvouwt en het stemvakje voor de naam van de kandidaat rood inkleurt.
Niet blauw of groen, maar rood.
Als dat gebeurd is, vouwt de kiezer zijn stembiljet weer op loopt ermee terug naar het stembureau en deponeert het stembiljet in de bus.
En daarmee heeft hij zijn stem uitgebracht.

(Beeldtekst: Goed om te weten.)

Als een kiezer zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist door bijvoorbeeld een verkeerde kleur te gebruiken of een verkeerde kandidaat aan te kruisen kan hij de voorzitter van het stembureau vragen, eenmalig, om een nieuw stembiljet.
Het oude stembiljet wordt dan direct onbruikbaar gemaakt.

(Een vrouw stempelt het woord 'onbruikbaar' op een biljet.)

Een kiezer gaat normaal alleen het stemhokje in maar kiezers met een fysieke beperking mogen zich laten bijstaan door een ander.
Het liefst door een persoon van hun keuze maar eventueel ook door een lid van het stembureau.

(Beeldtekst: Kiesraad. www.kiesraad.nl.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER EN STOPT DAN

Verder gelden aanvullende eisen die verschillen per verkiezing. Zie voor de eisen om te mogen stemmen bij Tweede Kamerverkiezingen het onderdeel kiesgerechtigdheid.

Stempas, kandidatenlijst en adressen stemlokalen thuisbezorgd

Kiesgerechtigden krijgen uiterlijk 14 dagen voor de verkiezingen op hun huisadres een uitnodiging om te stemmen: een stempas. Uiterlijk 4 dagen voor de stemming krijgen kiesgerechtigden thuisbezorgd: de kandidatenlijst, adressen en openingstijden van stemlokalen en mobiele stembureaus en een overzicht welke stemlokalen zo zijn gelegen of ingericht dat kiezers met lichamelijke beperkingen hun stem zoveel mogelijk zelfstandig kunnen uitbrengen. Zie Kiesbesluit art. J 1, Kieswet art. J 4, Kieswet art. J 7 en Kieswet art. J 9.

Stempas en identiteitsbewijs meebrengen bij stemmen

Met een stempas kunnen kiezers in elk stembureau binnen de gemeente stemmen. Zie Kieswet art. J 5. De kiezer neemt deze pas op de dag van stemming mee naar het stembureau, samen met een identiteitsbewijs. Dit mag overigens ook een maximaal 5 jaar verlopen ID-bewijs zijn.

Volmacht

Is een kiezer niet in de gelegenheid om zelf zijn stem uit te brengen, bijvoorbeeld door vakantie of ziekte, dan kan hij dit bij volmacht door een andere kiezer laten doen. Werkgevers zijn verplicht om kiezers de gelegenheid te geven om hun stem uit te brengen, als dit niet buiten werktijd kan. Zie Kieswet art. J 10.

Stem uitbrengen

Kiezers kunnen stemmen als het stembureau hun identiteitsbewijs heeft gecontroleerd en als zij een geldige stempas, kiezerspas of volmachtbewijs hebben. Zie Kieswet art. J 24 en Kieswet art. J 25. De kiezer gaat met het stembiljet naar het stemhokje en stemt door een wit stipje, geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze, rood te maken. Hij vouwt het stembiljet dicht en doet het in de stembus. Als een kiezer zich bij het invullen van zijn stembiljet vergist, geeft hij het biljet terug aan de voorzitter. Deze maakt dit stembiljet onbruikbaar en geeft hem eenmaal een nieuw biljet. Als een kiezer zijn stembiljet teruggeeft, maakt de voorzitter het onbruikbaar. Zie Kieswet art. J 26, Kieswet art. J 27 en Kieswet art. J 29.