Stemlokaal

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanwijzen en inrichten van stemlokalen. In een stemlokaal kan meer dan één stembureau zijn gevestigd. Het stemlokaal is zo ingericht dat het stemgeheim is gewaarborgd en dat kiezers en stembureauleden 1,5 meter afstand kunnen houden. Kiezers betreden het stemlokaal niet als zij klachten hebben of mogelijk besmet zijn met Covid-19.

Bij de komende Tweede Kamerverkiezing, op 17 maart 2021, verloopt het verkiezingsproces wat anders dan anders. Dit om het risico op verspreiding van Covid-19 op de verkiezingsdag klein te houden. Er worden maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat het voor kiezers veilig is om te stemmen en het voor stembureauleden veilig is om hun werk te doen in de stemlokalen. Bekijk een overzicht van de maatregelen.

Beeld: Kiesraad

In elk stemlokaal is een extra stembureaulid aanwezig dat kijkt of het niet te druk wordt in het stemlokaal. Deze wijst kiezers zo nodig op de 1,5 meter afstandsregel en vraagt kiezers om de handen te reinigen. Kiezers moeten in het stemlokaal een mondneuskapje dragen. Bekijk de corona-maatregelen in het stemlokaal.

De Kieswet kent daarnaast nog enkele vereisten voor de inrichting van het stemlokaal, zoals de aanwezigheid van een register van ongeldige stempassen en de positionering van de stemhokjes en stembus. Zie Kieswet art. J 15, Kieswet art. J 16, Kieswet art. J17, Kieswet art. J 18.

Toegankelijkheid

Alle stemlokalen moeten toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. Zie Kieswet art. J 4. Bij de selectie van locaties voor een stembureau moet het college van B&W  hiermee rekening houden. Denk daarbij aan een oprijplank bij opstapjes of drempels, parkeervoorziening voor gehandicapten, stemhokjes met verlaagd werkblad, goede verlichting, een loep bij het stembiljet en eventueel een extra leeslamp.