Het centraal stembureau verdeelt de zetels en restzetels over de partijen aan de hand van de aantallen daarop uitgebrachte stemmen. Daarvoor berekent het eerst de kiesdeler door het totale aantal uitgebrachte geldige stemmen te delen door het aantal zetels in het algemeen bestuur van het waterschap. Het aantal 'volle' zetels dat direct aan een lijst wordt toegekend, is gelijk aan het aantal keren dat de kiesdeler is gehaald.
Zetelverdeling ('volle zetels')
De vaststelling van de uitslag vindt plaats in een paar stappen. Dit is geregeld in de Kieswet.
- De stembureaus tellen handmatig de stemmen, in het stembureau.
- De stembureaus brengen hun uitslagen naar de gemeente.
- Het gemeentelijk stemburea telt de stembureau-uitslagen bij elkaar op.
- Het centraal stembureau stelt de uitslag vast, op basis van de uitslagen van de gemeentelijk stembureaus.
Restzetelverdeling
Deze restzetels worden verdeeld volgens het 'systeem van de grootste gemiddelden' (bij een algemeen bestuur met 19 of meer zetels), zie Kieswet art. P 7, of het 'systeem van de grootste overschotten' (bij een algemeen bestuur met minder dan 19 zetels), zie Kieswet art. P 8.
Systeem van grootste gemiddelden
- Eerst wordt voor alle partijen berekend hoeveel stemmen per zetel op een bepaalde partij zouden zijn uitgebracht, als die partij één zetel extra zou krijgen. De op de partij uitgebrachte stemmen worden dus gedeeld door het aantal behaalde 'volle' zetels + 1.
- De uitkomsten van deze berekening zijn gemiddelden; zij worden naar grootte gerangschikt.
- De eerste restzetel gaat naar de partij met het grootste gemiddelde. Voor deze partij wordt opnieuw berekend wat het gemiddelde nu is, uitgaande van het aantal volle zetels, de toegewezen restzetel en één extra zetel.
- Als er nog een restzetel te verdelen is, wordt deze toegewezen aan de partij met nu het grootste gemiddelde.
- Het centraal stembureau herhaalt zo nodig deze procedure, totdat alle restzetels verdeeld zijn.
Systeem van grootste overschotten
- Eerst wordt berekend hoeveel stemmen een partij overhoudt na de eerste toekenning van de zetels. Daarvoor wordt het totaal aantal stemmen op een partij gedeeld door de kiesdeler. Het resultaat is een aantal 'volle' zetels plus een overschot aan stemmen.
- De restzetels worden verdeeld in volgorde van de grootste overschotten, waarbij iedere partij maar één restzetel toegewezen kan krijgen. Voor de toekenning komen alleen partijen in aanmerking die ten minste 75% van de kiesdeler hebben behaald.
- Als er daarna nog restzetels te verdelen zijn, gebeurt dit volgens het systeem van de grootste gemiddelden. Ook bij deze verdeling mag iedere partij maar één restzetel krijgen.
Als partijen gelijke aantallen stemmen behalen en er niet voldoende restzetels zijn voor eventuele toekenning ervan aan deze partijen, wordt geloot welke partij de restzetel krijgt. Zie Kieswet art. P 14.
Bijzondere situaties: volstrekte meerderheid en lijstuitputting
Als een partij meer dan de helft van de stemmen heeft (dus een 'volstrekte meerderheid') maar niet meer dan de helft van de zetels, dan krijgt deze een (rest)zetel extra. Zie Kieswet art. P 9. Heeft een partij niet voldoende kandidaten beschikbaar om de haar toegewezen zetels te bezetten, dan gaan deze 'overtollige' zetels over op andere partijen. Zie Kieswet art. P 10 en art. P 13.