Hertelling en herstemming

Na een verkiezing voor de provinciale staten zijn er twee instanties die de bevoegdheid hebben om eventueel te besluiten tot een hertelling: het centraal stembureau en de provinciale staten zelf. Anders dan het centraal stembureau kunnen de staten eventueel ook besluiten tot een herstemming.

foto Hertelling in sporthal

Het centraal stembureau kan in de openbare zitting waarin het de officiële verkiezingsuitslag bekendmaakt, besluiten tot een hertelling. Dit is alleen mogelijk als er een ernstig vermoeden bestaat dat door een of meer stembureaus bij het tellen van de stemmen fouten zijn gemaakt die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling. Een hertelling kan voor één, meerdere of zelfs alle stembureaus binnen de provincie plaatsvinden. Zie Kieswet art. P 21.

Uitvoering hertelling na besluit centraal stembureau

De burgemeester laat de stembiljetten direct naar het centraal stembureau overbrengen. Na ontvangst van de stembiljetten gaat het centraal stembureau tot de hertelling over. Het centraal stembureau is bevoegd daartoe de verzegelde pakken te openen en de inhoud te vergelijken met de processen-verbaal van de stembureaus. De geopende verzegelde pakken worden na gebruik weer verzegeld. Het centraal stembureau bewaart de verzegelde pakken met stembiljetten. Hij vernietigt deze pakken, nadat over de toelating van de benoemden is beslist. Van deze vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt. Zie Kieswet art. N 5, art. N 8, art. N 9, art. P 21, art. P 25 en Kiesbesluit art. P 2.

Geloofsbrievenonderzoek

In het kader van het geloofsbrievenonderzoek kunnen ook de provinciale staten besluiten tot een hertelling. Zij kunnen dit, net als het centraal stembureau, doen als ze een ernstig vermoeden hebben dat bij het tellen van de stemmen fouten zijn gemaakt die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling. Maar het kan ook om andere redenen, bijvoorbeeld omdat het vermoeden bestaat dat het centraal stembureau een fout heeft gemaakt in de vaststelling van de uitslag. De hertelling vindt plaats onder verantwoordelijkheid van provinciale staten, maar verder is de procedure grotendeels hetzelfde als na een besluit van het centraal stembureau om stemmen te hertellen.

Eindoordeel

De staten hebben, kortom, een ruimere bevoegdheid om te besluiten tot een hertelling dan het centraal stembureau. De reden daarvoor is dat het vertegenwoordigend orgaan het eindoordeel heeft over een verkiezing als geheel. In veel andere landen is dit eindoordeel in handen gelegd van een onafhankelijke rechterlijke instantie. In Nederland beoordeelt het vertegenwoordigend orgaan of het centraal stembureau de uitslag goed heeft vastgesteld en op basis daarvan de juiste kandidaten benoemd heeft verklaard. De gedachte hierachter is dat er ook controle nodig is op een onafhankelijk orgaan als het centraal stembureau en dat het vertegenwoordigend orgaan – aan de hand van formele criteria – zelf bepaalt wie het als lid toelaat.

Herstemming

Een hertelling bij provinciale statenverkiezingen komt wel eens voor (Flevoland 2011), maar een herstemming is zeldzaam. In geval van een herstemming wordt een nieuwe verkiezing georganiseerd. Deze herstemming kan beperkt blijven tot één of enkele stembureaus. Alleen de zittende (oude) leden van de Staten (en dus niet het centraal stembureau) kunnen een stemming ongeldig verklaren en tot een herstemming besluiten. Dit kunnen ze doen in het kader van het geloofsbrievenonderzoek. Zie Kieswet art. V 4 en art. V 6. Het ontbreken van een kandidaat op een stembiljet kan een reden zijn voor een herstemming.

Onherroepelijke uitslag

De verkiezingsuitslag is onherroepelijk nadat de provinciale staten de nieuwe leden hebben toegelaten. Er kan in Nederland geen beroep bij een rechter worden ingesteld tegen de vaststelling van de uitslag.