Kandidaten

Partijen bepalen zelf in welke volgorde zij de kandidaten op de lijsten plaatsen. Op één kandidatenlijst mogen partijen maximaal 50 kandidaten plaatsen, of maximaal 80 als zij bij de laatste Eerste Kamerverkiezing meer dan 15 zetels hebben behaald. Bij elke kandidaat op de kandidatenlijst mag achter de voorletters het geslacht van de kandidaat vermeld worden door (m) of (v). Dit is niet verplicht.

Beeld: Pepijn Lutgerink mediatheek Rijksoverheid

Kandidaten moeten – om lid te kunnen worden van de Eerste Kamer – beschikken over de Nederlandse nationaliteit, 18 jaar of ouder zijn en niet uitgesloten zijn van het kiesrecht. De toetsing van de vereisten voor het lidmaatschap wordt door de ‘oude’ Eerste Kamer uitgevoerd bij het zogenoemde geloofsbrievenonderzoek.

Een kandidaat mag per provincie of openbaar lichaam (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) maar op één kandidatenlijst staan. Zie Kieswet art. R 5.

Kandidaten buiten Europese deel Nederland

Een kandidaat die buiten het Europese deel van Nederland woont, wijst een gemachtigde in het Europese deel van Nederland aan die namens hem een benoeming kan accepteren. Zie Kieswet art. R 9. Dit geldt ook voor kandidaten die wonen in Caribisch Nederland.