Kandidatenlijsten provinciale staten- en waterschapsverkiezingen definitief

Op 14 februari 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in drie beroepszaken rond de kandidaatstelling voor de provinciale staten- en waterschapsverkiezingen. Daarmee zijn de kandidatenlijsten voor de verkiezingen op 20 maart definitief vastgesteld.

Er was beroep ingesteld door de PSP tegen de vaststelling van alle kandidatenlijsten voor alle provinciale staten en waterschapsverkiezingen, omdat de processen-verbaal niet op internet te vinden zouden zijn. Er was geen griffierecht betaald en het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard.

Er was beroep ingesteld door enkele kiezers tegen de vaststelling van de VVD-lijst in de provincie Zuid-Holland omdat de aanduiding niet zou stroken met de inhoud van de partij. Het beroepschrift van één appellant voldeed niet aan de vereisten en het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. In de beroepszaak van de andere appellant oordeelde de Afdeling dat er geen sprake was van één van de gronden op basis waarvan het centraal stembureau een lijst ongeldig mag verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Er was beroep ingesteld door de Lokale Partijen Zuid-Holland (LPZH) tegen de handelswijze van de gemeente Den Haag bij het afleggen van ondersteuningsverklaringen. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet was gebleken dat de indiener van het beroep door de partij gemachtigd was.