Een aantal mensen is in het verleden ten onrechte uitgesloten van kiesrecht. Dit is aan het licht gekomen in het kader van een onderzoek van de Kiesraad naar de toepassing van strafbepalingen rond kiesrecht en verkiezingen. Minister Plasterk heeft de Tweede Kamer hierover in een brief geïnformeerd. Uit gegevens van het Agentschap Basisadministratie en Persoonsgegevens is gebleken dat 746 mensen waren uitgesloten van kiesrecht. Dit aantal was voor minister Plasterk aanleiding om door de 200 betrokken gemeenten na te laten gaan of deze registratie terecht is. Bij nader onderzoek bleek dit vaak niet het geval, en is het aantal personen dat is uitgesloten van kiesrecht teruggebracht tot 197, verdeeld over 63 gemeenten. Momenteel gaan deze gemeenten nogmaals na of deze personen al dan niet terecht zijn uitgesloten.

Beeld: © Theo Bos

Ontzetting uit het kiesrecht kan tegenwoordig alleen nog worden opgelegd als bijkomende straf bij een select aantal misdrijven (bijvoorbeeld misdrijven tegen de veiligheid van de staat, ambtsmisdrijven en bepaalde kiesrechtdelicten, waarbij een onherroepelijke vrijheidsstraf van ten minste één jaar is opgelegd).

Wetswijzigingen

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de registratie van de uitsluiting van het kiesrecht. Gebleken is dat twee wetswijzigingen met betrekking tot de ontzetting uit het kiesrecht mogelijk niet goed zijn verwerkt. Het gaat daarbij om het automatisch ontzetten uit het kiesrecht bij een veroordeling tot een gevangenisstraf van meer dan een jaar (vervallen bij de Grondwetswijziging van 1983) en om de uitsluiting van onder curatele gestelde wilsonbekwamen (vervallen bij de Grondwetswijziging van 2008). Met name deze laatste wijziging is niet overal goed doorgevoerd.

Onderzoek strafbepalingen

De Kiesraad verwacht medio mei een bundel  uit te geven over strafbepalingen in relatie tot verkiezingen.  Ook zal dan een advies over hetzelfde onderwerp worden gepresenteerd.