Het gemeentelijk centraal stembureau verdeelt de zetels en restzetels over de partijen. Dat gebeurt op basis van de uitgebrachte geldige stemmen. Blanco en ongeldige stemmen doen hierin dus niet mee. Eerst berekent het centraal stembureau de kiesdeler, door het totale aantal uitgebrachte geldige stemmen te delen door het aantal raadszetels. Het aantal 'volle' zetels dat een partij krijgt, is gelijk aan het aantal keren dat de kiesdeler is gehaald. Daarna kan een partij nog restzetels krijgen.
Zetelverdeling ('volle zetels')
Hieronder wordt stapsgewijs uitgelegd hoe het centraal stembureau de volle zetels verdeelt.
- Het centraal stembureau berekent de stemtotalen van alle deelnemende partijen, voor de partijen (lijsten) en voor de kandidaten.
- Het centraal stembureau berekent de kiesdeler. Dat gebeurt door het totaal aantal geldige stemmen te delen door het aantal raadszetels. Het resultaat van deze deling wordt de kiesdeler genoemd.
- Het centraal stembureau berekent hoe vaak de partijen de kiesdeler hebben gehaald. Het resultaat van deze deling bepaalt het aantal volle zetels dat partijen krijgen.
- Het centraal stembureau berekent hoeveel zetels er nog over zijn na de verdeling van de ‘volle zetels’. Dit worden restzetels genoemd.
Restzetels
Het centraal stembureau berekent welke partijen restzetels krijgen. In grote gemeenten met 19 of meer raadszetels worden restzetels verdeeld volgens het 'systeem van de grootste gemiddelden'. In kleine gemeenten met minder dan 19 raadszetels worden ze verdeeld volgens het 'systeem van de grootste overschotten' (bij gemeenten).
In grote gemeenten met 19 of meer raadszetels worden restzetels verdeeld volgens het 'systeem van de grootste gemiddelden'. Dat gaat als volgt:
- Het centraal stembureau telt (fictief) de te verdelen restzetel op bij het aantal volle zetels dat een partij heeft gehaald. Door dat aantal zetels plus één deelt het centraal stembureau per partij de stemmen die op die partij zijn uitgebracht. Dat is het gemiddelde aantal stemmen dat de lijst per zetel zou behalen als het de restzetel toegewezen zou krijgen.
- De eerste restzetel gaat naar de partij met het grootste gemiddelde.
- Het centraal stembureau berekent voor de partij die de eerste restzetel krijgt opnieuw het gemiddelde. Nu op basis van het aantal volle zetels met de restzetel en (fictief) de tweede restzetel. Dat is nu het nieuwe gemiddelde van deze partij.
- Als er nog een restzetel te verdelen is, gaat die naar de partij die nu het hoogste gemiddelde stemmen heeft.
- Het centraal stembureau herhaalt zo nodig deze procedure, totdat alle restzetels verdeeld zijn.
In kleine gemeenten met minder dan 19 raadszetels worden restzetels verdeeld volgens het 'systeem van de grootste overschotten'. dat gaat als volgt:
- Het centraal berekent hoeveel stemmen een partij overhoudt na de eerdere toekenning van de ‘volle zetels’. Dat is het ‘overschot’ aan stemmen voor die partij.
- Het centraal verdeelt de restzetels, in volgorde van de grootste overschotten. Elke partij kan maar één restzetel krijgen. Alleen partijen die ten minste 75% van de kiesdeler hebben behaald kunnen een restzetel krijgen.
- als er daarna nog restzetels over zijn, verdeelt het centraal stembureau die volgens het systeem van de grootste gemiddelden. Ook bij deze verdeling mag iedere partij maar één restzetel krijgen
Als partijen precies evenveel stemmen behalen en er niet voldoende restzetels zijn voor die partijen, dan wordt geloot welke partij de restzetel krijgt. Zie Kieswet P 14.
Bijzondere situaties: volstrekte meerderheid en lijstuitputting
Heeft een partij meer dan de helft van alle stemmen (dus een 'volstrekte meerderheid') maar niet meer dan de helft van de zetels? Dan krijgt deze een (rest)zetel extra. Zie Kieswet art. P 9.
Heeft een partij bij de uitslagvaststelling niet voldoende kandidaten beschikbaar om de zetels te bezetten? Dan gaan deze 'overtollige' zetels naar andere partijen. Zie Kieswet art. P 10 en art. P 13.