Hertelling en herstemming

Na een Europees Parlementsverkiezing zijn er twee instanties die de bevoegdheid hebben om eventueel te besluiten tot een hertelling: de Kiesraad (het centraal stembureau) en de Tweede Kamer. Alleen de Tweede Kamer kan, in het kader van het geloofsbrievenonderzoek, besluiten tot een herstemming.

foto Hertelling in sporthal

De Kiesraad (centraal stembureau) kan in de openbare zitting waarin het de officiële verkiezingsuitslag bekendmaakt, besluiten tot een hertelling. Dit is alleen mogelijk als een ernstig vermoeden bestaat dat door een of meer stembureaus bij het tellen van de stemmen fouten zijn gemaakt die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling. Een hertelling kan zowel voor alle als voor één of meer stembureaus plaatsvinden. Zie Kieswet art. P 21.  

Hertelling na besluit centraal stembureau

Een eventuele hertelling vindt niet plaats in Den Haag (bij de Kiesraad en/of de Tweede Kamer), maar bij de gemeent(n) zelf. Als een hertelling in één of meer stembureaus moet plaatsvinden, ontvangt de burgemeester daarvan onmiddellijk bericht nadat duidelijk is geworden dat er een noodzaak is tot een hertelling. Voor het uitvoeren van de hertelling benoemt de burgemeester een gemeentelijk stembureau, dat namens de instantie die tot de hertelling opdracht heeft gegeven (de Kiesraad en/of de Tweede Kamer) toezicht houdt op de uitvoering van de hertelling.

Hertelling na besluit Tweede Kamer

Na de bekendmaking van de uitslag door het centraal stembureau kan ook de Tweede Kamer, in het kader van het geloofsbrievenonderzoek, besluiten tot een hertelling. De processen-verbaal van de gemeentelijke stembureaus gaan naar de Tweede Kamer. De Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven onderzoekt al deze circa 9.000 processen-verbaal en rapporteert daarover aan de Tweede Kamer in oude samenstelling. De Kamer kan, net als het centraal stembureau, besluiten tot een hertelling als een ernstig vermoeden bestaat dat stembureaus bij het tellen van de stemmen fouten hebben gemaakt die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling. Maar het kan ook om andere redenen besluiten tot een hertelling, bijvoorbeeld omdat het vermoeden bestaat dat het centraal stembureau een fout heeft gemaakt in de vaststelling van de uitslag of ten onrechte heeft afgezien van hertelling. De hertelling vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de Tweede Kamer, maar verder is de procedure grotendeels hetzelfde als na een besluit van het centraal stembureau om stemmen te hertellen.

Eindoordeel

De Tweede Kamer heeft, kortom, een ruimere bevoegdheid om te besluiten tot een hertelling dan het centraal stembureau. De reden daarvoor is dat het vertegenwoordigend orgaan het eindoordeel heeft over een verkiezing als geheel. In veel andere landen is dit eindoordeel in handen gelegd van een onafhankelijke rechterlijke instantie. In Nederland moet de Tweede Kamer beoordelen of het centraal stembureau de uitslag goed heeft vastgesteld en op basis daarvan de juiste kandidaten benoemd heeft verklaard. De gedachte hierachter is dat er ook controle nodig is op een onafhankelijk orgaan als het centraal stembureau.

Herstemming

Een hertelling komt nog wel eens voor, maar een herstemming is zeldzaam. In geval van een herstemming wordt een nieuwe verkiezing georganiseerd. Deze herstemming kan beperkt blijven tot een of enkele stembureaus. De zittende (oude) Tweede Kamer, en dus niet het centraal stembureau, kan een stemming ongeldig verklaren en tot een herstemming besluiten. Dit kan zij doen in het kader van het geloofsbrievenonderzoek. Zie Kieswet art. V 4 en Kieswet art. V 6. Het ontbreken van een kandidaat op een stembiljet kan een reden zijn voor een herstemming.

Onherroepelijke uitslag

De verkiezingsuitslag is onherroepelijk nadat de Tweede Kamer heeft besloten over de toelating van de Nederlandse leden van het Europees Parlement. Er kan in Nederland geen beroep bij een rechter worden ingesteld tegen de vaststelling van de uitslag.