Vereisten lidmaatschap

Als een kandidaat bij verkiezingen gekozen is verklaard, wordt gecontroleerd of hij of zij ook kan worden toegelaten als lid van het Europees Parlement. Er wordt dan gekeken of de betreffende persoon aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet. Ook wordt gecontroleerd of degene geen betrekkingen vervult die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van het Europees Parlement. Dit gebeurt in het zogeheten geloofsbrievenonderzoek.

foto vergaderzaal Europees Parlement

In de Kieswet is geregeld dat, om voor Nederland lid van het Europees Parlement te kunnen zijn, het vereist is dat men Nederlander is, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Ook in ons land wonende niet-Nederlanders die onderdaan zijn van andere lidstaten van de Europese Unie mogen voor Nederland lid zijn van het Europees Parlement, mits zij in het Europese deel van het Koninkrijk Nederland wonen, de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en niet zijn uitgesloten van het recht om gekozen te worden, in Nederland, noch in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn.

Onverenigbare betrekkingen

In de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement zijn de onverenigbare betrekkingen met het lidmaatschap van het Europees Parlement geregeld. Een in Nederland gekozen lid van het Europees Parlement kan bijvoorbeeld niet tegelijkertijd minister of staatssecretaris zijn. Andere voorbeelden van onverenigbare nevenfuncties zijn het lidmaatschap van de Raad van State of de Algemene Rekenkamer. Op Europees niveau, in de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement, is geregeld dat een lid van het nationale parlement (in Nederland: Tweede en Eerste Kamer) niet tevens lid kan zijn van het Europees Parlement. Zie Kieswet art. Y 4, Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement art. 7 en de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement art. 2.

De voorzitter van de Tweede Kamer geeft de uitkomst van het onderzoek door aan de voorzitter van het Europees Parlement. Zie Kieswet art. Y 26.
Tegen een beslissing over de toelating van leden en geschillen over geloofsbrieven staat in Nederland geen beroep open.

Hertelling of herstemming

De Tweede Kamer kan, in het kader van het geloofsbrievenonderzoek, eventueel besluiten tot hertelling van de stemmen, bijvoorbeeld in een bepaalde gemeente of een bepaald stembureau. In het uiterste geval, als sprake is van ongeldigheid van de stemming in één of meerdere stembureaus, kan besloten worden tot een nieuwe stemming.

Strafblad

Bij het onderzoek wordt niet meegewogen of een kandidaat een strafblad heeft of anderszins niet-integer is. Wel kunnen politieke partijen dit meenemen in het selecteren en screenen van kandidaten. Desgewenst kunnen zij een ‘Verklaring Omtrent het Gedrag’ voor kandidaten aanvragen.

Voor meer informatie over het geloofsbrievenonderzoek, hertelling en herstemming zie Kieswet art. V 4.  Zie eveneens Grondwet art. 58.