Kiesdrempel, kiesdeler en voorkeurdrempel

Als politieke partijen minimaal een vastgesteld percentage van de stemmen moeten halen om een zetel te bemachtigen, dan spreekt men van een kiesdrempel. De kiesdrempel staat dus voor het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van één zetel. Zo moeten partijen in Duitsland 5% van de stemmen halen tenzij zij in ten minste 3 kiesdistricten een zogenoemd “Direktmandat” winnen. In Turkije is dit percentage zelfs 10%. Met een kiesdrempel wordt geprobeerd versplintering van het vertegenwoordigend orgaan (met veel kleine partijen) te voorkomen.

©Teun Berserik

Nederland kent formeel geen kiesdrempel. Men zou daarom kunnen zeggen dat de kiesdeler in Nederland de kiesdrempel is. De kiesdeler staat voor het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van één zetel. Voor de Eerste Kamerverkiezing wordt de kiesdeler vastgesteld door het totaal van de stemcijfers (aantal uitgebrachte geldige stemmen x stemwaarde per provincie/kiescollege) te delen door het aantal te verdelen zetels. Zie Kieswet art. U 7 en Kieswet art. U 8.

Voorkeurdrempel

Na de verdeling van zetels over de partijen, stelt het centraal stembureau vast welke kandidaten zijn gekozen. Zetels worden in eerste instantie toegekend aan kandidaten die met voldoende voorkeurstemmen zijn gekozen. In dat geval moet de kandidaat wel de voorkeurdrempel hebben gehaald. Bij de verkiezing van de Eerste Kamer is de voorkeurdrempel gelijk aan de kiesdeler.

Zie Kieswet art. U 15.