Hertelling en herstemming

Na een verkiezing voor de Eerste Kamer zijn er twee instanties die de bevoegdheid hebben om eventueel te besluiten tot een hertelling: het centraal stembureau (de Kiesraad) en de Eerste Kamer zelf. Alleen de Eerste Kamer kan besluiten tot een herstemming.

©Teun Berserik

Het centraal stembureau kan op eigen initiatief of naar aanleiding van een verzoek van één of meer statenleden/kiescollegeleden tot hertelling overgaan. Een hertelling kan zowel voor alle als voor één of meer stembureaus plaatsvinden. Zie Kieswet art. U 17 en Kieswet art. Ya 30.

Uitvoering hertelling na besluit centraal stembureau

Bij een hertelling is het centraal stembureau bevoegd de verzegelde pakken te openen en de inhoud te vergelijken met de processen-verbaal van de stembureaus. De geopende verzegelde pakken worden na gebruik weer verzegeld. Het centraal stembureau bewaart de verzegelde pakken met stembiljetten. Hij vernietigt deze pakken, drie maanden nadat over de toelating van de benoemden is beslist. Van deze vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt. Zie Kieswet art. U 18.

Geloofsbrievenonderzoek

Na de bekendmaking van de uitslag door het centraal stembureau (de Kiesraad) kan ook de Eerste Kamer, in het kader van het geloofsbrievenonderzoek, besluiten tot een hertelling. De Eerste Kamer kan verzoeken om een hertelling te doen als een ernstig vermoeden bestaat dat stembureaus bij het tellen van de stemmen fouten hebben gemaakt die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling. Maar het kan ook om andere redenen, bijvoorbeeld omdat het vermoeden bestaat dat het centraal stembureau een fout heeft gemaakt bij de vaststelling van de uitslag of ten onrechte heeft afgezien van hertelling. Zie Kieswet art. V 4. De hertelling vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de Eerste Kamer, maar verder is de procedure grotendeels hetzelfde als na een besluit van het centraal stembureau om stemmen te hertellen.

Eindoordeel

De Eerste Kamer heeft, kortom, een ruimere bevoegdheid om te besluiten tot een hertelling dan het centraal stembureau. De reden daarvoor is dat het vertegenwoordigend orgaan het eindoordeel heeft over een verkiezing als geheel. In veel andere landen is dat eindoordeel in handen gelegd van een onafhankelijke rechterlijke instantie. In Nederland beoordeelt de Eerste Kamer of het centraal stembureau de uitslag goed heeft vastgesteld en op basis daarvan de juiste kandidaten benoemd heeft verklaard. De gedachte hierachter is dat er ook controle nodig is op een onafhankelijk orgaan als het centraal stembureau en dat het vertegenwoordigend orgaan – aan de hand van formele criteria – zelf bepaalt wie het als lid toelaat.

Herstemming

In geval van een herstemming wordt een nieuwe Eerste Kamerverkiezing georganiseerd. Deze herstemming kan beperkt blijven tot een of enkele provincies/kiescolleges. De zittende Kamer, en dus niet het centraal stembureau, kan een stemming ongeldig verklaren en tot een herstemming besluiten. Dit kan de Kamer doen in het kader van het geloofsbrievenonderzoek. Zie Kieswet art. V 4 en Kieswet art. V 6.

Onherroepelijke uitslag

De verkiezingsuitslag is onherroepelijk nadat de Eerste Kamer de nieuwe leden heeft toegelaten. Er kan in Nederland geen beroep bij een rechter worden ingesteld tegen de vaststelling van de uitslag.