Tweede Kameroverleg evaluatie referendum 2016

Het merendeel van de aanwezige partijen staat kritisch tegenover raadgevende referenda, zo bleek 14 december tijdens het Algemeen Overleg over de evaluatie van het referendum dat op 6 april 2016 plaatsvond. Onderwerpen die de revue passeerden: subsidieverlening, het aanpassen van de Wet raadgevend referendum, de opkomstdrempel, digitale indiening van verzoeken en het aantal stembureaus.

 

De VVD gaf aan dat referenda niet passen in een representatieve democratie. De PvdA vindt het referendum daarentegen een prima aanvulling op de representatieve democratie. Het CDA, D66 en SGP zijn kritisch over raadgevende referenda. De SP en D66 geven de voorkeur aan een correctief referendum, waarbij de uitslag bindend is.

Subsidieverlening referendumcampagnes

De VVD is kritisch over de Referendumcommissie en de werking van de subsidieregeling. D66 vindt ook dat de wijze van subsidieverlening beter moet. Het CDA vraagt wat de minister gaat doen om onterechte subsidies terug te vorderen. Het CDA en de SP zijn kritisch over buitenlandse financiering van referendumcampagnes.

Aanpassing referendumwet

De CDA-fractie wil niet wachten tot 2018 met een evaluatie van de Wet raadgevend referendum, maar vraagt de wet in te trekken. De PvdA geeft aan niet meteen de spelregels te willen veranderen. De SGP begrijpt de overwegingen om de wet pas in 2018 te evalueren, maar geeft alvast aan dat een aantal wijzigingen in de Wrr noodzakelijk is, zoals duidelijkheid over wat een meerderheid is en duidelijkheid over het stembiljet. De SP geeft aan dat er voldoende aanknopingspunten zijn om de wet nu al te wijzigen. De minister van BZK stelt voor om na de Tweede Kamerverkiezing pas te beslissen wat nu de volgende stap moet zijn, omdat dit onderdeel kan zijn van het formatieproces van een nieuw kabinet. In juni 2017 moet de regering al besluiten hoe de evaluatie – die in juni 2018 bij de Kamer moet liggen – moet plaatsvinden.

Opkomstdrempel

De PvdA meent dat de opkomstdrempel voor het referendum van 30% van het totale aantal kiesgerechtigden strategisch stemgedrag uitlokt. Ook de SP vindt een opkomstdrempel onwenselijk. De SGP vindt de opkomstdrempel echter een goede zaak. De minister geeft aan dat het nut van de opkomstdrempel bij de evaluatie moet worden beoordeeld en dat het wellicht ook bij de formatie een punt van bespreking is.

Digitale indiening verzoeken

D66 vindt digitale indiening van verzoeken wenselijk, net als een door de overheid ontwikkelde app hiervoor. De PvdA vraagt hoe de minister denkt over de elektronische indiening van verzoeken tot het houden van een referendum in combinatie met DigiD. De SP geeft aan dat de applicatie van GeenPeil privacy-gevoelig is en dat zo’n app een verantwoordelijkheid van de overheid moet zijn. De minister wil zich beraden of verzoeken tot het houden van een referendum ook digitaal ingeleverd moeten kunnen worden, maar wijst erop dat met het op papier inleveren bedoeld was om een fysieke drempel op te werpen. Als die (door digitalisering) wordt verlaagd, dan moeten de drempels van respectievelijk 10.000 en 300.0000 verzoeken ook nader worden bezien, maar daar is een wetswijziging voor nodig. Die voorziet de minister niet vóór 2018.

Aantal stembureaus

De SGP vraagt de minister of er objectieve criteria zijn vast te stellen voor het aantal in te stellen stembureaus. De SP vindt het opvallend en onwenselijk dat het aantal stemlokalen bij zowel het referendum als bij de Tweede Kamerverkiezing beperkt wordt. De fractie vindt regels over het aantal stembureaus wenselijk. De minister antwoordt dat er geen voornemen is om het aantal stembureaus centraal vast te stellen, maar zegt toe het met de VNG te bespreken.