De leden van de Eerste Kamer worden indirect gekozen door de leden van Provinciale Staten. Niet elk Statenlid heeft een even zware stem. Door 'weging' wordt een relatie gelegd met het inwoneraantal van de provincie. Zo vertegenwoordigt een Statenlid in een dunner bevolkte provincie aanzienlijk minder inwoners dan een Statenlid in dichtbevolkte provincies. Het inwoneraantal wordt daarbij gedeeld door het honderdvoud van het aantal Statenleden van de provincie. De uitkomst heet de stemwaarde. Het uitgangspunt voor de berekening van de stemwaarde is het inwoneraantal per provincie per 1 januari 2011, zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Op basis hiervan zijn de stemwaarden vastgesteld.

De stemwaarden worden conform de Kieswet ook in de Staatscourant gepubliceerd.

Stemwaarden ten behoeve van Eerste Kamerverkiezing 2011

ProvincieInwonersaantalAantal StatenledenStemwaarde
Groningen579.03443135
Fryslân647.28043151
Drenthe491.34241120
Overijssel1.134.43447241
Flevoland391.98839101
Gelderland2.005.29855365
Utrecht1.228.57947261
Noord-Holland2.691.42655489
Zuid-Holland3.527.44955641
Zeeland381.5823998
Noord-Brabant2.453.93655446
Limburg1.122.63147239

Openbare zitting

Op basis van de vastgestelde stemwaarden wordt de uitslag van de Eerste Kamerverkiezing van 23 mei verder berekend. De Kiesraad stelt op 25 mei in een openbare zitting de officiële uitslag vast.

Stemwaarden 2007 en 2011

In onderstaande tabel staan ook de stemwaarden zoals die voor de Eerste Kamerverkiezing in 2007 werden gehanteerd.

ProvincieStemwaarde 2011Stemwaarde 2007Verschil
Groningen135133+2
Fryslân151149+2
Drenthe120119+1
Overijssel241238+3
Flevoland10196+5
Gelderland365373-8
Utrecht261253+8
Noord-Holland489475+14
Zuid-Holland641628+13
Zeeland9898-
Noord-Brabant446440+6
Limburg239240-1