Kiesdrempel, kiesdeler en voorkeurdrempel

Als politieke partijen minimaal een vastgesteld percentage van de stemmen moeten halen om een zetel te bemachtigen, dan spreekt men van een kiesdrempel. De kiesdrempel staat dus voor het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van één zetel. Zo moeten partijen in Duitsland 5% van de stemmen halen tenzij zij in ten minste 3 kiesdistricten een zogenoemd 'Directmandat' winnen.In Turkije is dit percentage zelfs 10%. Met een kiesdrempel wordt beoogd versplintering, met veel kleine partijen, te voorkomen.

Nederland kent formeel geen kiesdrempel. Wel komt een partij bij de Tweede Kamerverkiezing pas in aanmerking voor een zetel als het de kiesdeler heeft behaald. Een voorbeeld. Bij de Tweede Kamerverkiezing in 2012 werden 9.424.235 geldige stemmen uitgebracht. De kiesdeler was dus 9.424.235 : 150 zetels = 62.828.

Groepskiesdeler 

Als een partij in verschillende kieskringen verschillende lijsten heeft ingediend, wordt gewerkt met een groepskiesdeler: de kiesdeler die geldt voor de verdeling van de zetels over de verschillende lijsten binnen een lijstengroep. Deze wordt berekend door het totale aantal op de lijstengroep uitgebrachte stemmen te delen door het aantal zetels dat aan de groep is toegekend.

Voorkeurdrempel

Na de verdeling van zetels over de partijen, stelt de Kiesraad vast welke kandidaten zijn gekozen. Zetels worden in eerste instantie toegekend aan kandidaten die met voldoende voorkeurstemmen zijn gekozen. In dat geval moet de kandidaat wel de voorkeurdrempel hebben gehaald. De voorkeurdrempel voor de Tweede Kamerverkiezing is 25% van de kiesdeler.