Vereisten lidmaatschap

Als een kandidaat bij de verkiezing gekozen is verklaard, wordt beoordeeld of hij of zij ook kan worden toegelaten als lid van de gemeenteraad. Er wordt dan gekeken of de betreffende persoon aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet. Ook wordt bekeken of degene geen nevenfuncties vervult die niet samen gaan met het lidmaatschap van de gemeenteraad. Dit gebeurt in het zogeheten geloofsbrievenonderzoek.

Beeld: Hans Moolenaar Mediatheek Rijksoverheid

Voor het lidmaatschap van de gemeenteraad is vereist dat men inwoner van de gemeente is, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Personen die geen onderdaan van de Europese Unie zijn, moeten ten minste 5 jaar legaal in Nederland wonen voordat zij raadslid kunnen worden. Zie de Gemeentewet art. 10.

Onverenigbare betrekkingen lidmaatschap gemeenteraad

In de Gemeentewet art. 13 is geregeld welke functies onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de raad. Zo mag een gemeenteraadslid niet ook burgemeester of wethouder of ambtenaar van de betreffende gemeente zijn. Uitzondering hierop is de periode na verkiezingen. Een raadslid mag dan gedurende een korte periode ook wethouder zijn. Dat is het geval wanneer een zittende wethouder na de verkiezingen raadslid is geworden. Bij de collegevorming moet deze persoon, als hij zou kunnen doorgaan als wethouder, kiezen tussen het raadslidmaatschap en de functie van wethouder. Een gemeenteraadslid mag verder geen Commissaris van de Koning, gedeputeerde, griffier of secretaris van de provincie zijn. Het ambt van minister of staatssecretaris is bijvoorbeeld ook niet verenigbaar met het raadslidmaatschap. Zo zijn er nog enkele functies in de Gemeentewet genoemd. Het lidmaatschap van de gemeenteraad gaat op zich wel samen met het lidmaatschap van provinciale staten en van de Eerste of Tweede Kamer.

Strafblad

Bij het onderzoek wordt niet meegewogen of een kandidaat een strafblad heeft of anderszins niet-integer is. Wel kunnen politieke partijen dit meenemen in het selecteren en screenen van kandidaten. Desgewenst kunnen zij een ‘Verklaring Omtrent het Gedrag’ voor kandidaten aanvragen.

Voor meer informatie over het geloofsbrievenonderzoek, hertelling en herstemming zie Kieswet hoofdstuk V.