Zetelverdeling over kandidaten

Na de verdeling van zetels over de partijen, stelt het centraal stembureau vast welke kandidaten zijn gekozen. Zetels worden in eerste instantie toegekend aan kandidaten die met voldoende voorkeurstemmen zijn gekozen. De voorkeurdrempel voor de Europees Parlementsverkiezing is 10% van de kiesdeler. Als er dan nog meer zetels te verdelen zijn, is de volgorde op een lijst bepalend.

©Teun Berserik

Om te bepalen of kandidaten met voorkeurstemmen zijn gekozen, worden alle stemmen die de kandidaat heeft gehaald bij elkaar opgeteld. Een kandidaat kan op basis van het aantal behaalde voorkeurstemmen een hoger geplaatste kandidaat passeren.

Voorbeeld: kandidaat nr. 5 met 100.000 stemmen passeert kandidaat 1 met 75.000 stemmen. Als er maar één zetel te verdelen is, gaat de zetel naar nummer 5. In dat geval moet kandidaat nr. 5 wel de voorkeurdrempel hebben gehaald. De voorkeurdrempel voor de Europees Parlementsverkiezing is 10% van de kiesdeler. Zie Kieswet art. P 15 en Kieswet art. Y 23a.