De leden van de Eerste Kamer worden indirect gekozen door de leden van alle provinciale staten. Niet alle stemmen wegen bij Eerste Kamerverkiezingen even zwaar. Aan de stem van ieder statenlid wordt een bepaald gewicht toegekend (stemwaarde), afhankelijk van het aantal inwoners van de provincie. Hoe meer inwoners een provincie telt, hoe hoger de stemwaarde is. Een statenlid in een dunner bevolkte provincie vertegenwoordigt aanzienlijk minder inwoners dan een statenlid in dichtbevolkte provincies.

Beeld: Kiesraad

Het uitgangspunt voor de berekening van de stemwaarde is het inwoneraantal per provincie per 1 januari 2015, zoals bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Op basis hiervan heeft de Kiesraad, centraal stembureau voor de Eerste Kamerverkiezing, de stemwaarden vastgesteld. De stemwaarden worden conform de Kieswet ook in de Staatscourant gepubliceerd.

Stemwaarden ten behoeve van Eerste Kamerverkiezing 2015

ProvincieInwonersaantalAantal statenledenStemwaarde
Groningen584.10443136
Fryslân646.32443150
Drenthe488.61141119
Overijssel1.140.65947243
Flevoland401.5034198
Gelderland2.026.39355368
Utrecht1.263.50949258
Noord-Holland2.762.16355502
Zuid-Holland3.600.78455655
Zeeland380.7173998
Noord-Brabant2.489.32555453
Limburg1.118.05447238

Openbare zitting

Op basis van de vastgestelde stemwaarden wordt de uitslag van de Eerste Kamerverkiezing van 26 mei berekend. De Kiesraad stelt op 28 mei in een openbare zitting de officiële uitslag vast.

Stemwaarden 2011 en 2015

In onderstaande tabel staan ook de stemwaarden zoals die voor de Eerste Kamerverkiezing in 2011 werden gehanteerd.

ProvincieStemwaarde 2015Stemwaarde 2011Verschil
Groningen136135+1
Fryslân150151-1
Drenthe119120-1
Overijssel243241+2
Flevoland98101-3
Gelderland368365+3
Utrecht258261-3
Noord-Holland502489+13
Zuid-Holland655641+14
Zeeland98980
Noord-Brabant453446+7
Limburg238239-1