Hierbij worden alle door één partij ingeleverde lijsten en alle lijsten in een lijstcombinatie als één lijst beschouwd.
In geval van een lijstencombinatie, wordt eerst berekend of de partijen die aan die combinatie deelnemen ook afzonderlijk een zetel zouden hebben behaald. Is dit niet het geval, dan wordt voor de berekening van de uitslag gedaan alsof die partijen niet deelnemen aan de betreffende lijstencombinatie. Als daardoor minder dan twee partijen overblijven in een lijstencombinatie, dan wordt die lijstencombinatie uiteraard buiten beschouwing gelaten.
Restzetels
Na de eerste toedeling van de zetels aan de partijen blijven meestal nog zetels over. Deze restzetels worden verdeeld volgens het 'systeem van de grootste gemiddelden'.
Alleen in kleine gemeenten, waar de gemeenteraad uit minder dan negentien leden bestaat, wordt een ander systeem gebruikt: het 'systeem van de grootste overschotten'.
Bij beide stelsels geldt dat als partijen gelijke aantallen stemmen behalen, en er niet voldoende restzetels zijn voor eventuele toekenning ervan aan deze partijen, geloot wordt welke partij de restzetel krijgt.
Systeem van grootste gemiddelden
- Eerst wordt berekend hoeveel stemmen per zetel op een bepaalde partij zouden zijn uitgebracht, als die partij één zetel extra zou krijgen;
- de uitkomsten van deze berekening zijn de gemiddelden; zij worden naar grootte gerangschikt;
- de eerste restzetel gaat naar de partij met het grootste gemiddelde. Voor deze partij wordt opnieuw berekend wat het gemiddelde nu is, uitgaande van het aantal volle zetels, de toegewezen restzetels en één extra zetel;
- als er nog een restzetel te verdelen is, wordt deze wederom toegewezen aan de partij met het grootste gemiddelde;
- deze procedure wordt zo nodig herhaald, totdat alle restzetels verdeeld zijn.
Systeem van grootste overschotten
- Eerst wordt berekend hoeveel stemmen een partij overhoudt na de eerste toekenning van de zetels. Daartoe wordt het aantal direct toegekende zetels vermenigvuldigd met de kiesdeler. Dit aantal wordt afgetrokken van het aantal behaalde stemmen. Het resultaat is het 'overschot';
- de restzetels worden verdeeld in voldorde van de grootste overschotten, waarbij iedere partij maar één restzetel toegewezen kan krijgen. Voor de toekenning komen alleen partijen in aanmerking die ten minste 75% van de kiesdeler hebben behaald;
- als er daarna nog restzetels te verdelen zijn, gebeurt dit volgens het systeem van de grootste gemiddelden. In dat geval geldt de drempel van 75% van de kiesdeler niet. Ook bij deze verdeling mag iedere partij maar één restzetel krijgen.
Bijzondere situaties: volstrekte meerderheid en lijstuitputting
Als een partij of lijstencombinatie meer dan de helft van de stemmen heeft (dus een 'volstrekte meerderheid') maar niet meer dan de helft van de zetels, dan krijgt deze een (rest)zetel extra. Heeft een partij niet voldoende kandidaten beschikbaar om de haar toegewezen zetels te bezetten, dan gaan deze 'overtollige' zetels over op andere partijen.
Bij verschillende lijsten (lijstencombinatie en lijstengroepen)
- Als zetels aan een lijstencombinatie van verschillende partijen zijn toegekend, worden eerst de zetels verdeeld over de partijen die aan de combinatie deelnemen. Ook hierbij wordt eenzelfde methode toegepast als bij de verdeling van de zetels over partijen. De berekening geschiedt aan de hand van de zogenoemde combinatiekiesdeler;
- voor de restzetelverdeling wordt het systeem van de grootste overschotten gehanteerd;
- daarna worden, als de deelnemende partijen in verschillende kieskringen verschillende lijsten hebben ingediend (een lijstengroep), de zetels nog verdeeld over de lijsten van de desbetreffende partijen. Hier wordt gewerkt met een zogenaamde groepskiesdeler;
- voor de verdeling van restzetels wordt het stelsel van de grootste overschotten gehanteerd.