Aanwijzing kandidaten

Inhoud pagina: Aanwijzing kandidaten

Introductie

Na de verdeling van zetels over de lijsten, wordt vastgesteld welke kandidaten zijn gekozen. In eerste instantie wordt gekeken naar de voorkeurstemmen, dat zijn stemmen die op een bepaalde kandidaat zijn uitgebracht. Als er dan nog meer zetels te verdelen zijn is de volgorde op een lijst bepalend.

Content

Om te bepalen of er kandidaten met voorkeurstemmen zijn gekozen, worden alle stemmen die de kandidaat in het hele kiesgebied (dus alle kieskringen) heeft gehaald bij elkaar opgeteld.

Een kandidaat kan op basis van het aantal behaalde voorkeurstemmen een hoger geplaatste kandidaat passeren. In dat geval dient wel de voorkeurdrempel te worden gehaald.  

Voorkeurdrempel  

De voorkeurdrempel voor de verkiezingen Tweede Kamer, de provinciale staten en de gemeenteraden is 25% van de kiesdeler. Voor gemeenten met minder dan negentien raadsleden is de voorkeurdrempel 50%. Ook voor de Eerste Kamerverkiezingen ligt de voorkeurdrempel op 50% van de kiesdeler.  

Voorbeeld

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 maart 2003 werden 9.654.475 stemmen uitgebracht. Er zijn 150 zetels te verdelen. De kiesdeler bedraagt dus 9.654.475: 150 = 64.363,16 stemmen. Om met voorkeurstemmen in de Tweede Kamer te komen moet een kandidaat 25% van 64.363 stemmen behalen, dat zijn dus 16.090,75 stemmen.
Hier kunt u een audio fragment beluisteren over uitleg van voorkeurstemmen.

Meervoudig gekozen kandidaten  

Als een kandidaat op meerdere lijsten van een partij (in verschillende kieskringen) is gekozen, geldt hij als gekozen op de lijst waarop het grootste aantal stemmen op hem is uitgebracht.  

Aanwijzing van kandidaten bij stellen gelijkluidende lijsten  

De procedure om bij stellen gelijkluidende lijsten de kandidaten aan te wijzen gaat als volgt:

  • de per kieskring vastgestelde aantallen stemmen worden per kandidaat bij elkaar opgeteld;
  • per kandidaat wordt nagegaan of deze de voorkeurdrempel heeft gehaald. Dit is bij de verkiezing voor het Europees Parlement 10%, bij de gemeenteraden minder dan 19 zetels, 50% en bij de overige verkiezingen 25% van de kiesdeler; 
  • de kandidaten met een aantal voorkeurstemmen van meer dan 25% van de kiesdeler worden naar grootte van het aantal voorkeurstemmen gerangschikt. Ze worden achtereenvolgens gekozen verklaard, voor zover aan de partij voldoende zetels zijn toegewezen;
  • zijn er nog zetels toe te wijzen, dan worden deze toegekend aan de overige kandidaten van de lijst. Dit gebeurt in volgorde van de lijst. Het aantal op de kandidaten uitgebrachte stemmen speelt hierbij geen rol.

Aanwijzing van kandidaten bij lijstengroepen

De procedure om bij lijstengroepen kandidaten aan te wijzen gaat als volgt:

  • de per kieskring vastgestelde aantallen stemmen worden per kandidaat bij elkaar opgeteld; 
  • per kandidaat wordt nagegaan of deze de voorkeurdrempel heeft overschreden. Dit is een kwart van de kiesdeler; 
  • ook het aantal stemmen dat elke kandidaat op een stel gelijkluidende lijsten of op afzonderlijke lijsten heeft behaald wordt vastgesteld. In het geval van stellen gelijkluidende lijsten gebeurt dit door optelling van de aantallen stemmen in de tot het stel behorende kieskringen;        
  • de kandidaten die in totaal een aantal voorkeurstemmen van meer dan 25% van de kiesdeler hebben behaald, worden naar grootte van het aantal voorkeurstemmen gerangschikt. Ze worden achtereenvolgens gekozen verklaard, voor zover aan de lijst voldoende zetels zijn toegewezen;        
  • is de kandidaat op meer dan één stel gelijkluidende lijsten of kieskringlijsten gekozen verklaard, dan geldt hij als gekozen waar hij het hoogste aantal stemmen behaalde;         
  • zijn er nog zetels toe te wijzen, dan worden deze toegekend aan de overige kandidaten van het stel of de lijst. Dit gebeurt in volgorde van de lijst.   
Naar boven

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  • -
  • +
Zoeken