Leden stembureau

Inhoud pagina: Leden stembureau

Introductie

Een stembureau bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden, van wie er één voorzitter is. In aanvulling hierop kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd, bijvoorbeeld om te tellen. Hier is geen (maximum) aantal aan verbonden. Bovenstaande is geregeld in de Kieswet art. E 1 en E 3.

Content

Op een stembureau dienen permanent minimaal drie leden aanwezig te zijn. Met het oog op de lange openingstijden is het raadzaam om voldoende plaatsvervangende leden te benoemen, zodat gerouleerd kan worden.

Het college van Burgemeester en Wethouders dient tijdig voor iedere verkiezing de leden van elk stembureau en een voldoende aantal plaatsvervangend leden te benoemen (zie Kieswet, artikel E 4). 

De leden van het stembureau worden aangesteld door het college van B&W van de gemeente. De gemeenten instrueren de stembureaus hoe ze hun stemlokaal moeten inrichten.  

Leeftijdsgrenzen leden stembureau's

De wet stelt geen leeftijdsgrens voor leden van stembureau's, onder- noch bovengrens. Wel wordt verondersteld dat een lid van een stembureau in staat is om de verantwoordelijkheid te nemen die bij die functie past. Bij die beoordeling kan leeftijd een rol spelen. Het komt daarom zelden of niet voor dat iemand die jonger is dan achttien jaar tot lid wordt benoemd.

Presentiegeld leden stembureaus

De hoogte van het presentiegeld van stembureauleden is niet wettelijk geregeld. Ieder gemeentebestuur bepaalt zelf of er presentiegelden worden toegekend en wat de hoogte daarvan is. De presentiegelden zijn in principe belastbaar inkomen, maar of daadwerkelijk inkomstenbelasting moet worden afgedragen, hangt af van persoonlijke omstandigheden. 

In gemeenten is het gebruikelijk dat ambtenaren, soms raadsleden of zelfs wethouders zitting hebben in een stembureau. Raadsleden en wethouders die lid zijn van een stembureau doen dit niet in hun functie maar als vrijwilliger en hebben dus recht op een eventuele vergoeding.

In de praktijk zijn er vele praktische regelingen getroffen voor het geval ambtenaren lid zijn van een stembureau: onder werktijd met ontvangst van presentiegeld, onder werktijd met compensatie van de overuren, met verlofopname enz. De burgemeester heeft, als hoofd van hoofd- en centraal stembureau, geen recht op presentiegeld. Geadviseerd wordt om terughoudend te zijn met de benoeming van personen die tevens kandidaat zijn bij de betreffende verkiezing. Zij hebben immers belang bij de uitkomsten van de stemming.  

Naar boven

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  • -
  • +
Zoeken