Bij het voeren van een verkiezingscampagne zijn politieke groeperingen gehouden aan een aantal regels. Dit zijn regels over verkiezingsborden, kraampjes, gebruik van geluidswagens, collectes en activiteiten in de omgeving van het stembureau.
In verkiezingsperioden zijn er lokaal meestal extra voorzieningen voor het aanplakken van verkiezingsposters. Het is niet nodig om hiervoor een vergunning aan te vragen.
Verkiezingsposters worden niet als reclame gezien worden, maar vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Zie de model-APV van de VNG, artikel 2.1.5.1, tweede lid, onder e: ‘Geen vergunning is nodig voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.’
Politieke partijen die tijdens de campagne kraampjes willen plaatsen om hun verkiezingsboodschap uit te dragen, moeten hiervoor een vergunning aanvragen.
De standplaatsen worden gereguleerd op grond van aspecten als openbare orde, overlast en verkeersveiligheid. Zie de standplaatsenbepaling uit de model-APV van de VNG, artikel 5.2.3. Veel gemeenten hebben deze standaardbepaling in hun APV opgenomen.
Voor het rondrijden met een geluidswagen is een ontheffing van burgemeester en wethouders nodig. Nagegaan wordt bijvoorbeeld, met het oog op geluidhinder, op welke tijdstippen geluidswagens mogen rondrijden. Zie artikel 4.1.5 model-APV.
De Kieswet bevat geen regels over propaganda in de omgeving van het stembureau. Belangrijk is wel dat kiezers in het stembureau niet mogen worden beïnvloed (zie Kieswet artikel J 36 ).
Het aanplakken van posters in de buurt van of aan de buitenzijde van een stembureau is toegestaan (mits niet strijdig met artikel 2.4.2, vierde lid, van de model-APV of bij onroerende zaken met toestemming van de rechthebbende).
De media benaderen soms kiezers die een stembureau verlaten. Als dit gebeurt op een niet-openbaar terrein, bijvoorbeeld een schoolplein, kan de eigenaar van dit terrein de personen vragen zich te verwijderen.
Ook kan de voorzitter van het stembureau optreden als de activiteiten de behoorlijke voortgang in het stembureau beïnvloeden (zie Kieswet artikel J 38 ).
De Kieswet laat zich niet specifiek uit over het plaatsen van collectebussen in stembureaus.
Wel is bepaald dat in het stembureau geen activiteiten mogen plaatsvinden die erop zijn gericht de kiezers in hun keuze te beïnvloeden (zie Kieswet artikel J 36). Het stemproces moet ongestoord kunnen plaatsvinden en mag niet worden beïnvloed door factoren en activiteiten die daar los van staan. Het verdient daarom aanbeveling om collectes of andere acties in de (omgeving van) stembureaus te ontmoedigen.
Dit geldt ook voor activiteiten die door de gemeente zelf worden geïnitieerd, zoals het uitreiken van ‘prijzen’ om de opkomst te bevorderen.
De voorzitter van het stembureau kan de zitting schorsen als zich naar zijn mening omstandigheden voordoen in of bij het stembureau die de voortgang van de stemming belemmeren (zie Kieswet artikel J 38).