Nederland kent sinds 1917 een kiesstelsel dat is gebaseerd op het beginsel van van evenredige vertegenwoordiging. Dit houdt in dat het aantal zetels dat aan een partij wordt toegewezen een getrouwe (evenredige) weerspiegeling is van het aantal stemmen op die partij. Een partij die tien procent van de stemmen behaalt, krijgt daadwerkelijk tien procent van het aantal zetels. Wel is Nederland opgesplitst in kieskringen.
Het stelsel van kieskringen maakt het politieke partijen mogelijk in deze gebieden met verschillende kandidatenlijsten uit te komen. Hierop kunnen bijvoorbeeld kandidaten worden geplaatst die in een bepaalde kieskring extra bekendheid genieten. Voor het bepalen van de verkiezingsuitslag worden alle stemmen die in verschillende kieskringen op een politieke partij zijn uitgebracht, bij elkaar op geteld.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 werden door de deelnemende partijen overigens overal in het land 'gelijkluidende lijsten' ingediend.
Met de opheffing van de Nederlandse Antillen op 10-10-2010 is er naast de reeds bestaande 19 kieskringen een twintigste kieskring bijgekomen. De BES-eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius vormen samen een aparte kieskring (hoofdstembureau: Bonaire).
• Provinciale staten: De indeling van kieskringen komt voor de provinciale statenverkiezingen grotendeels overeen met de kieskringen voor de Tweede Kamerverkiezing. Het staat de provincies echter vrij om deze kieskringen in meer kieskringen te verdelen en om een andere nummering te hanteren. U vindt een actuele indeling van de kieskringen in het item over de provinciale statenverkiezingen.
• Gemeenteraad: elke gemeente vormt één kieskring.
• Eerste Kamer: elke provincie vormt één kieskring.
• Alleen voor de verkiezingen van het Europees Parlement is Nederland niet onderverdeeld. Het hele land is hier één kieskring.