Leden van de Eerste en Tweede Kamer, van de provinciale staten en van gemeenteraden kunnen bij zwangerschap en bevalling of langdurige ziekte tijdelijk ontslag nemen. In dat geval is tijdelijke vervanging mogelijk.
Het is niet mogelijk om korter dan zestien weken ontslag te nemen. Het is wel mogelijk om langer ontslag te nemen, maar dan steeds voor een nieuwe periode van zestien weken. Binnen één zittingsperiode kan een lid hooguit drie keer gebruik maken van dit recht.
Een lid dat tijdelijk vervangen wil worden legt dit verzoek neer bij de voorzitter van het gekozen orgaan. De voorzitter beslist binnen veertien dagen op het verzoek en licht daarna de voorzitter van het centraal stembureau in. De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger voor de plaats die tijdelijk is opengevallen. Zie Kieswet, hoofdstukken V en W, artikelen X10, X11en X12.
Voordat een vervanger als lid kan worden toegelaten moet eerst geloofsbrievenonderzoek plaatsvinden. Let op: als deze vervanger na zestien weken nog een periode van vervanging waarneemt, vindt de benoemingsprocedure opnieuw plaats. Dit omdat de benoeming na zestien weken van rechtswege eindigt.
Als het oorspronkelijke lid na zestien weken terugkeert, is geloofsbrievenonderzoek niet noodzakelijk. Zijn oorspronkelijke lidmaatschap herleeft in dat geval van rechtswege.