Als een kandidaat bij verkiezingen verkozen is verklaard, wordt gecheckt of hij of zij ook kan worden toegelaten als lid van het vertegenwoordigend orgaan. Er wordt dan gekeken of de betreffende persoon aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet. Ook wordt gecheckt of hij geen betrekkingen vervult die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van het orgaan waarvoor hij is verkozen. Dit gebeurt in het kader van het zogeheten geloofsbrievenonderzoek. Hieronder wordt voor de verschillende organen samengevat welke vereisten en onverenigbare betrekkingen gelden.
Vereisten lidmaatschap gemeenteraad
Voor het lidmaatschap van de gemeenteraad is vereist dat men ingezetene van de gemeente is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Raadsleden die geen onderdaan van de Europese Unie zijn, moeten tenminste vijf jaar legaal in Nederland wonen voordat zij raadslid kunnen worden. Zie de Gemeentewet, art. 10.
In de Gemeentewet art. 13 en 15 is geregeld welke betrekkingen onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de raad. Zo mag een gemeenteraadslid niet tevens burgemeester of wethouder of ambtenaar van de betreffende gemeente zijn. Hij mag ook geen Commissaris van de Koning, gedeputeerde of griffier dan wel secretaris van de provincie zijn. Het ambt van minister of staatssecretaris is ook niet verenigbaar met het raadslidmaatschap. Zo zijn er nog enkele functies in de Gemeentewet genoemd. Het lidmaatschap van de gemeenteraad is wel verenigbaar met het lidmaatschap van provinciale staten en van de Eerste of Tweede Kamer.
Vereisten lidmaatschap provinciale staten
Voor het lidmaatschap van provinciale staten is vereist dat men Nederlander en ingezetene van de betreffende provincie is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Zie de Provinciewet art. 1.
In de Provinciewet zijn alle onverenigbare betrekkingen met het lidmaatschap van provinciale staten opgenomen. Zo mag een lid van provinciale staten niet tevens minister zijn. Ook is niet toegestaan dat een lid van provinciale als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam is ten behoeve van de provincie of het provinciebestuur. Zie verder de Provinciewet art. 13 en 15. Het lidmaatschap van provinciale staten is wel verenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad en van de Eerste of Tweede Kamer.
In de Grondwet staat dat, om lid van Tweede Kamer te kunnen zijn, vereist is dat men Nederlander is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Verder is in de Grondwet geregeld dat iemand niet tegelijkertijd lid kan zijn van de Eerste en Tweede Kamer.
In de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement zijn de onverenigbare betrekkingen met het lidmaatschap van de Tweede Kamer opgenomen. Zo mag een lid van de Tweede kamer niet tevens werkzaam mag zijn als ambtenaar bij de Raad van State of een ministerie. Een ander voorbeeld: een lid van de Tweede Kamer mag niet werkzaam zijn als militair ambtenaar. Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is wel verenigbaar met het lidmaatschap van provinciale staten of van een gemeenteraad of eilandsraad. Zie de Grondwet art. 56 en 57 en de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement art. 1.
In de Grondwet staat dat, om lid van Eerste Kamer te kunnen zijn, vereist is dat men Nederlander is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Verder is in de Grondwet geregeld dat iemand niet tegelijkertijd lid kan zijn van de Eerste en Tweede Kamer.
compatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement zijn de onverenigbare betrekkingen met het lidmaatschap van de Eerste Kamer opgenomen. Zo mag een lid van de Eerste Kamer niet tevens Commissaris van de Koningin zijn. Ook is het bijvoorbeeld niet toegestaan dat een lid van de Eerste Kamer werkzaam is als ambtenaar bij een ministerie. Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is wel verenigbaar met het lidmaatschap van provinciale staten of van een gemeenteraad of eilandsraad. Zie de Grondwet art. 56 en 57 en de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, art. 1.
Vereisten lidmaatschap Europees Parlement
In de Kieswet is geregeld dat, om lid van het Europees Parlement te kunnen zijn, het vereist is dat men Nederlander is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Ook in ons land woonachtige niet-Nederlanders die onderdaan zijn van andere lidstaten van de Europese Unie mogen lid zijn van het Europees Parlement, mits zij in het Europese deel van het Koninkrijk Nederland wonen, de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en niet zijn uitgesloten van het recht om gekozen te worden, in Nederland, noch in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn.
In de wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement zijn de onverenigbare betrekkingen met het lidmaatschap van het Europees Parlement geregeld. Een in Nederland gekozen lid van het Europees Parlement kan bijvoorbeeld niet tegelijkertijd minister of staatssecretaris zijn. Andere voorbeelden van onverenigbare betrekkingen zijn het lidmaatschap van de Raad van State of de Algemene Rekenkamer. Zie de Kieswet Y4 en de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, art. 2.
Vereisten lidmaatschap eilandsraden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
Voor het lidmaatschap van de eilandsraad is vereist dat men Nederlander is en ingezetene van het betreffende eiland, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Zie de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, art. 14 en 16.
In dezelfde wet is tevens geregeld welke betrekkingen onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de eilandsraad. Een lid van de eilandsraad mag bijvoorbeeld niet tegelijkertijd gezaghebber of eilandgedeputeerde zijn. Een ander voorbeeld: een lid van de eilandsraad mag niet werkzaam zijn als advocaat of adviseur in geschillen ten behoeve van het eilandsbestuur. Zie de de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, art. 14 en 16.