Kandidaten worden gekozen voor een periode van vier jaar (bij het Europees Parlement is dat vijf jaar). Het kan echter voorkomen dat iemand eerder wil stoppen. Er ontstaat dan een tussentijdse vacature.
Het is een taak van de voorzitter van het centraal stembureau om een ander te benoemen in een vacature. De voorzitter benoemt de kandidaat die het hoogste staat op de lijst waarop degene staat die wordt vervangen. Gepasseerd worden:
Als niemand van de lijst kan worden benoemd, dus wanneer de lijst is uitgeput, blijft de zetel onbezet. Maakt de lijst echter deel uit van een lijstengroep, dan gaat de zetel 'over' naar een andere lijst binnen die groep. In geval van een lijstencombinatie gaat de zetel over naar een andere lijst van de combinatie.
Ook in kleine gemeenten met negen of elf gemeenteraadsleden blijft een zetel niet onbezet. Als een lijst is uitgeput, en ook geen deel uitmaakt van een combinatie, gaat de vacante zetel naar de lijst van een andere partij. Dit gebeurt volgens de methode van restzetelverdeling. Bekeken wordt welke van de andere partijen nog voor een restzetel na de verkiezingen in aanmerking was gekomen als er nog een zetel te verdelen was geweest.
Pas als de vacature daadwerkelijk is ontstaan, en dat is met ingang van de ontslagdatum, kan de voorzitter van het centraal stembureau een besluit nemen tot benoeming van een opvolger. Gebruikelijk is wel dat het besluit al voor die tijd wordt voorbereid. Zie Kieswet, artikel W.
Een lid van de gemeenteraad of van de provinciale staten blijft in functie totdat de geloofsbrief van de opvolger is goedgekeurd. Iemand kan dus ontslag nemen met ingang van de dag vóór de raadsvergadering die hij als lid voor het laatst wil bijwonen. Officieel is hij dan nog lid van de raad. In die vergadering kan hij zelfs nog meebeslissen over de toelating van zijn opvolger. Zie artikel X 6 Kieswet.