Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM, 1948)
De Universele Verklaring voor de Rechten de mens is in 1948 door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen. Ze geldt als de hoeksteen van de bescherming van mensenrechten op internationaal niveau.
Artikel 21 heeft betrekking op verkiezingen. Hierin staat dat het gezag van de regering moet zijn gebaseerd op de wil van het volk, die tot uitdrukking komt bij periodieke en eerlijke verkiezingen. Deze verkiezingen dienen te worden gehouden met algemeen kiesrecht en plaatsvinden bij geheime en vrije stemming.
Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM, 1950)
Het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens, ook wel bekend als het Verdrag van Rome, is in 1950 ondertekend door de regeringen van de lidstaten van de Raad van Europa. Het document is gebaseerd op de UVRM. Nederland heeft het EVRM geratificeerd.
Het derde artikel van het eerste aanvullende protocol uit 1954 heeft betrekking op verkiezingen. Hierin staat dat de lidstaten zich verbinden om met redelijke tussenpozen vrije en geheime verkiezingen te houden, onder voorwaarden die de vrije meningsuiting van het volk bij het kiezen van de wetgevende macht waarborgen.
Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR, 1966)
Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) uit 1966 ligt inhoudelijk in het verlengde van het UVRM. Een formeel verschil is dat het IVBPR de status van een verdrag heeft, waardoor de inhoud bindend is. Nederland heeft het IVBPR geratificeerd.
Artikel 25 heeft betrekking op verkiezingen. Hierin staat dat burgers het recht hebben om te stemmen en gekozen te worden via eerlijke en periodieke verkiezingen, met algemeen kiesrecht. De verkiezingen moeten worden gehouden bij geheime stemming.
Document on the Copenhagen meeting of the conference on the human dimension of the OSCE (Kopenhagen Document, 1990)
Het Kopenhagen Document is in 1990 aangenomen door de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de voorloper van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Het Kopenhagen Document is geen bindend verdrag, maar lidstaten beloven hiermee om te voldoen aan, onder meer electorale, standaarden.
Artikel 6 tot en met 8 gaan over verkiezingen. Deze gaan nader in op normen uit het UVRM, de EVRM en de IVBPR (zie boven). Daarnaast is in het Kopenhagen Document aandacht voor een nieuw onderwerp: de aanwezigheid van (inter)nationale waarnemers bij verkiezingen.
Het VN-Comité voor de Rechten van de Mens publiceert haar uitleg van verdragsbepalingen van het IVBPR in general comments. Nederland heeft de bevoegdheid van het VN-Comité voor de Rechten van de Mens erkend. Een general comment dient om de implementatie van het IVBPR te bevorderen.
General Comment No.25 geeft een interpretatie van het VN-Comité voor de Rechten van de Mens van artikel 25 van het IVBPR; hierin worden de normen uit dit artikel verhelderd en geconcretiseerd.
Code of good practice in electoral matters (2002)
Dit niet-bindende document is opgesteld door de Venice Commission, een in 1990 opgericht adviesorgaan van de Raad van Europa, waarvan ook Nederland lid is. Het bevat richtlijnen over verkiezingen en een verklarend rapport bij deze richtlijnen.
De richtlijnen zijn uitwerkingen van de normen die in bovenstaande documenten naar voren zijn gekomen, te weten: vrije, eerlijke, geheime en periodieke verkiezingen met algemeen kiesrecht.
Recommendation Rec(2004)11 on Legal, operational and technical standards for e-voting (2004)
Deze aanbeveling van het Comité van Ministers van de Raad van Europa is het eerste internationale document dat diepgaand ingaat op e-voting. Het Comité van Ministers kan de regeringen van de lidstaten verzoeken informatie te geven over de ondernomen acties met betrekking tot deze aanbeveling. Zie
https://wcd.coe.int/ViewDoc.jsp?id=778189
The Netherlands parliamentary elections 22 November 2006, Election Assessment Mission Report (2007)
Dit is het verslag van de OVSE-waarnemers die bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002 in Nederland een Electoral Assessment Mission uitvoerden.
Over het geheel genomen waren de internationale waarnemers goed te spreken over de wijze waarop de verkiezingen werden uitgevoerd. Wel merkten de waarnemers op dat het nuttig zou zijn de praktijk van het volmachtstemmen te herzien en deden ze enkele aanbevelingen over het elektronisch stemmen, regulering van financiering van politieke partijen en hun campagnes, en de rol van de Kiesraad.
Evaluatierapport over Nederland opgesteld door GRECO(2008)
Het Evaluatierapport over Nederland inzake 'Transparantie in de financiering van politieke partijen' is in juni 2008 opgesteld door GRECO. GRECO, de 'Groep van Staten tegen Corruptie', een initiatief van de Raad van Europa, heeft als doel: het bestrijden van corruptie door het monitoren van de anti-corruptiemaatregelen van de deelnemende landen.
Nederland werd in 2001 lid van GRECO. Het evaluatierapport is opgesteld op basis van een vragenlijst en informatie die is verstrekt tijdens een vierdaags bezoek aan Nederland. GRECO staat positief tegenover de voorbereiding van een nieuwe wet inzake Financiering Politieke Partijen. Deze wet moet voorzien in een aantal waarborgen waar het nu nog aan ontbreekt en wordt gezien als een belangrijke stap in de goede richting. Een belangrijke aanbeveling is dat politieke partijen openheid van zaken geven over hun financiële situatie. Ook wordt gepleit voor voldoende en onafhankelijk toezicht op de financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes. GRECO staat positief tegenover het beleggen van het toezicht op de financiering van politieke partijen bij de Kiesraad. Wel wordt gesteld dat aanvullende maatregelen nodig zijn om de onafhankelijkheid van de Kiesraad te garanderen.